Economie
Volgens schattingen van de Economist Intelligence Unit bedroeg in 2006 het totale bruto binnenlands product van Kenia $23,3 miljard (BBP: de totale (geld)waarde van alle in een land geproduceerde goederen en diensten gedurende een bepaalde periode, meestal een jaar). Per hoofd van de bevolking kwam het BBP in 2005 uit op $546.
In 2007 importeerde Kenia voor ruim de helft meer dan dat het exporteerde (resp. $8,5 miljard en $4 miljard). Dat betekende een tekort op de handelsbalans van $5 miljard.
Groei
Kenia verkeerde lange tijd in een moeilijke economische situatie. Aanhoudende droogte, corruptie, een tekort aan investeringen en een verslechterende infrastructuur waren debet aan economische achteruitgang. De armoede onder de bevolking nam gestaag toe. In 2002 bedroeg de groei van het BBP slechts 0,6%.
Sinds het aantreden van de eerste regering Kibaki (2002) ging het beter met Kenia. De economische groei werd voor 2007 op 7% geschat. Transport en communicatie, groot- en detailhandel, verwerkende industrie, bouw, elektriciteit en water, en restaurants en hotels waren de belangrijke groeisectoren. Dit wees op een groei van de internationale handel, een toename van mobiele telefonie en herstel van de toeristische sector.
Helaas hebben de politieke onlusten in de eerste maanden van 2008 de verwachtingen teniet gedaan.
En toch…armoede!
De economie groeit, maar desondanks blijft er toch nog veel armoede onder de bevolking bestaan: 50% leeft onder de grens van $ 1 per dag om van te leven. Een veelgehoorde klacht is dat de toenemende welvaart vooral belandt bij de elite van de Kikuyu, de etnische groep waar president Kibaki toe behoort. Dit was een van de oorzaken achter het uitbreken van de rellen in 2008.
Ook stijgen de prijzen flink. In 2006 was de consumentenprijsinflatie 14,5% tegenover 10,3% in 2005. Het zijn vooral voedingsmiddelen en olie, die snel in prijs stijgen. Vooral de stijgende voedselprijzen raken rechtstreeks het leven van de armen. Voor 2008 wordt een inflatie van 23% verwacht als gevolg van de politieke onrust na de verkiezingen van dec. 2007 en de internationaal stijgende voedselprijzen.
In de Human Development Index (internationale maatstaf voor welzijn en welvaart in landen) staat Kenia in 2007 op plaats 148 van 177 . Nederland staat op de 9e plaats.
Werk
De beroepsbevolking van Kenia bedraag 8,3 miljoen (2005). Daarvan is slechts een kwart werkzaam in de formele economie, en dan vooral bij de overheid en staatsbedrijven. Vrouwen zijn goed vertegenwoordigd in de diensten- en onderwijssectoren.
De overige driekwart werkt in de informele economie (’jua kali’): de shamba, een eigen stukje land bewerken en de eventuele overproductie verkopen op de plaatselijke markt; met je fiets een taxidienst beginnen; jezelf verhuren voor klussen en diensten, etc. Over al deze omzet ontvangt de overheid geeen belasting.
In 2006 bedroeg het loon van een arbeider in de grote stad (ook dat van de huisbediende, kok, tuinman, kindermeisje, dagwacht) ongeveer $77 per maand. Een arbeider op het platteland zonder beroepsvaardigheden verdiende $37 per maand.
Kenia kent CAO’s en minimumloonrichtlijnen van het Ministerie van Arbeid, maar die worden niet altijd nageleefd.

De markt in Bondo Nyironge en een kleermaker, voorbeelden van de informele economie.



De opbrengst is voor het Suba Children’s Home!